[./index.php]
[./overview.php]
[./work.html]
[./publications.html]
[./cv_remco_dikken.php]
[./contact.html]
[Web Creator] [LMSOFT]
Werk in uitvoering

Remco Dikken is geen woordenmens: hij denkt in beelden en praat met potlood.
Een innemende, enigszins introverte jongeman. Toch kan hij heel boeiend over zijn werk vertellen. Aan mij de taak om te verwoorden wat en waar het HeArtfund hem gebracht heeft in dit bijzondere jaar.

Remco ( Hengelo, 1981) werd voor dit atelierjaar uitgekozen op grond van zijn afstudeerwerk aan de AKI. Hij begon zijn opleiding echter aan de Constantijn Huijgens Academie in Kampen. Dat was een bewuste keuze: hij wilde weg uit Twente om zijn horizon te verbreden. Maar de liefde bracht hem naar de AKI waar zijn vrouw studeerde. In Kampen schilderde hij op groot formaat, zowel met acryl als olieverf, maar ook toen al tekende hij op linnen van zijn schilderijen met Oostindische inkt. Het AKI- atelier in Twekkelo, klein en vrij donker, inspireerde hem tot veel kleiner en intiemer tekenwerk. Zijn eindexamenpresentatie bestond uit een aantal bijzondere sterke tekeningen, waarin een kraai de hoofdrol vervulde. Ondanks de verschillende formaten en de verschillende combinaties van technieken vormt deze verzameling tekeningen rond het thema kraai voor hem één geheel dat ook maar op één manier opgehangen mag worden. Het geheel is voor hem meer dan de som der delen.

Op basis van dit examenwerk werd hij door de leden van de HeArtfundjury uitgekozen voor hun eerste schildersstipendium, terwijl hij ook nog eens genomineerd werd voor Aanzet!2008, de kunstprijsvoor startend talent in Overijssel en Gelderland. Vleiend natuurlijk, maar als iedereen je als een belofte voor de toekomst beschouwt, ontstaat er ook een zekere druk. Remco’s eerste worsteling was eigenlijk de hernieuwde kennismaking met het schildersmateriaal. Hij voelde zich als winnaar van de schildersprijs natuurlijk verplicht om weer te gaan schilderen, terwijl hij zich inmiddels veel beter thuis voelde bij potlood, krijt en inkt. Van het eerste grote doek dat hij in zijn nieuwe atelier opzette, ging dan ook een verlammend effect uit: hij was het grote gebaar en het staand werken verleerd. Vandaar zijn keuze voor het kleine standaardformaat dat hij nu voornamelijk gebruikt.

Een groot voordeel van deze afmetingen is dat hij zittend kan schilderen aan zijn favoriete tekentafel. Hij mediteert namelijk graag boven de voorstelling, met zijn vertrouwde tekenspulletjes zorgvuldig rondom zich uitgestald. Die gebogen houding bevordert zijn concentratie en zorgt ervoor dat hij alleen maar op het doek focust, zonder te worden afgeleid.
Op het eerste gezicht gaapt er een enorme kloof tussen zijn geabstraheerde kleine schilderijen en zijn tekenwerk, maar als je hem daarmee confronteert, reageert hij bijna verbaasd. Ook doekjes die volledig abstract ogen, vertegenwoordigen voor hem een realiteit van een landschap. Vaak begint hij uiterst figuratief, maar omdat hij iets nieuws wil maken, voldoet een natuurimitatie niet. Vandaar dat hij al te figuratieve elementen overschildert of wegpoetst, en vandaar ook zijn eigenzinnige kleurgebruik, waarbij het water van een baai zomaar wit wordt in plaats van blauw, wat de ‘leesbaarheid’ van zijn landschappen compliceert. Hij houd van dat soort visuele complicaties en abstraheringen, die voor zijn gevoel uit de verf zelf komen. Aan veel doeken is te zien dat hij experimenteert en worstelt met het materiaal: in sommige van zijn landschapjes combineert hij bijvoorbeeld olieverf met Oost-Indische inkt. Uit het gevecht van die twee materialen ontstaan dan als vanzelf vormen die hij nooit zou kunnen schilderen, zegt hij met enige ironie. Eigenlijk is hij misschien meer een tekenaar, dan een schilder, omdat de directheid van het potlood zijn verbeelding beter bijhoudt dan de kwast, zo filosofeert hij voorzichtig. In veel van zijn schilderijtjes zijn dan ook tekensporen te ontdekken. Hij gebruikt hiervoor zijn eigen techniek: hij krast in de verf met een in inkt gedoopte satéprikker, waardoor zowel het zwart van de inkt, als het wit van de schildersgrond, (het geprepareerde linnen) betrokken wordt bij het beeld. Remco noemt zich een natuurmens: hij observeert en respecteert de natuur om de veelheid van haar verschijningsvormen. Vormen die er domweg zijn en die altijd op bijna mystieke manier lijken te ‘kloppen’ hij kan lyrisch worden van het ingewikkelde takkenstelsel van een boom, dat ondanks zijn complexiteit toch een intrinsieke harmonie uitstraalt. Ook in de alledaagse dingen ziet hij die natuur terug”zo inspireerde de nerven van zijn houten tekentafel hem tot de gestileerde concentrische cirkels in de wateroppervlaktes die hij dit jaar vele malen schilderde. Natuur langs een omweg, maar wel op basis van een zorgvuldige observatie. Die drang tot zorgvuldig observeren resulteert merkwaardigerwijs in een seriematige, snelle manier van werken. Hij varieert op de verschijningsvormen van een gekozen thema door bijvoorbeeld een andere hoek of een andere afstand tot het onderwerp te kiezen. In zijn getekende vogelseries varieert hij vooral in de afmetingen, waardoor er een suggestie van beweging ontstaat als die tekeningen geclusterd worden. Hij werkt graag, haast gretig, omdat voor hem tekenen en schilderen een vorm van nadenken zijn. In zijn afstudeerscriptie verwoorde hij dit als volgt: ‘Misschien ben ik ook meer een tekenaar omdat ik dan direct in verband sta met mijn emotie. Ik teken, vergeet alles om mij heen, de tijd (en de) omgeving, ik zit in mijn ziel […]’’

Als hij zijn kraanvogels en meeuwen na talloze tekenstudies gaat schilderen, abstraheert hij door totdat eigenlijk alleen de beweging van het vliegen als gebaar herkenbaar blijft ( zie hiervoor pagina 16 tot en met 19). Het is niet voor niets dat hij zich aangetrokken voelt tot het fenomeen tekenfilm. Uit de aard van zijn werk natuurlijk niet het genre cartoon, maar veel meer de arthouse-versie, waarbinnen met heel simpele tekeningen heel grote emoties zichtbaar gemaakt kunnen worden. Hij is een bewonderaar van het beroemde filmpje ‘‘Father and daugther’ waarmee Michael Dudok De Wit in 2000 een Oscar won en droomt er stiekem over ooit dat niveau te kunnen bereiken. Uit zijn AKI- tijd bestaat werk dat een prachtige, verstilde sfeer uitademt, waardoor die ambitieuze toekomstdroom niet eens onhaalbaar lijkt. Op de tentoonstelling, waarmee hij dit atelierjaar afsluit, vertoont hij twee filmpjes: één over een slapend hondje en één over vogels. Ze zijn trefzeker getekend, maar technisch nog niet volmaakt. Waar zijn eerste kleine landschapjes uit het begin van dit schilderjaar nog iets onbeholpens, iets zoekends hebben, overtuigen de serie over een baai ( pagina 30 t/m 35) en die over het weideland. Op het eerste schilderijtje van wat ik maar de weidereeks zal noemen, figureert het ingekraste gras alleen maar als voorgrond voor het molenlandschap. Daarna speelt het uivergrote grasland zelf de hoofdrol op het tweede doek, waarna het gras vanuit die nog tamelijk concrete voorstelling steeds verder geabstraheerd wordt ( pagina 22 t/m 25) het is overigens opvallend dat Remco zijn werken bijna nooit van een titel voorziet. Hij vind dat zijn publiek daardoor teveel belemmerd wordt in zijn spontane beleving. Sinds april/mei van dit jaar is Remco naast het schilderen weer veel meer gaan tekenen; de reeks rond de kopmeeuw resulteerde in een serie schilderijtjes, terwijl de variaties op zijn hondje- een blok van maar liefst 48 kleine tekeningen in gemengde techniek- hem inspireerde tot een aantal iets grotere doeken van het zelfde beestje. Zoals boven vermeld leiden deze studies ook tot twee animatiefilmpjes. Helemaal ‘vers van de pers’ is een serie landschapjes waarin hij het tekenen en het schilderen op een heel gelukkige manier combineert: een reeks in potlood en inkt getekende moderne windmolens, gesitueerd in een snel en pasteus geschilderd landschap. Hij is hier zelf erg tevreden over, omdat hij voelt dat hij in dit recente werk een bevredigende synthese heeft gevonden tussen twee totaal verschillende, maar aanlokkelijke technieken.

Terugkijkend op dit jaar is hij ontzettend blij met de kans die HeArtfund hem geboden heeft. Hij beseft maar al te goed dat het een voorrecht is om niet- als zijn lichtingsgenoten van de AkI- meteen helemaal in het diepe gegooid te worden. Met name de artistieke feedback van een gevestigd kunstenaar ( in casu Henk Lassche) en de zakelijke adviezen vanuit HeArtpool hebben hem verder geholpen. Hij voelt zich door dit jaar gesterkt in zijn overtuiging dat het kunstenaarschap voor hem de enige weg is. Een overtuiging die ook spreekt uit zijn veelzijdige, soms nog zoekende productie van dit jaar. Remco is iemand die zichzelf beeldend moet uiten, iemand die niets anders wil. Hij is zeker geen schilder pur sang, maar wel iemand met zoveel beeldend talent dat hij deze prijs dubbel en dwars verdiend heeft.

Jet van der Sluis
Oldenzaal, juni 2008
Remco Dikken
From the paper